U bent hierAlgemene artikelen / Enkele belangrijke personen uit de geschiedenis van Asperen
Enkele belangrijke personen uit de geschiedenis van Asperen
De volgende personen hebben een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Asperen:
Jan van Arkel
Jan Van Arkel, geboren rond 1170, en overleden ??.
stichtte Heukelum (stadrechten in 1397?) en werd verslagen met zijn neef Heberen van Botersloot in de strijd
van Coevorden in 1225. Jan was heer van Asperen en van Heukelum.
Johan Van Arkel
Johan Van Arkel zoon van Jan van Arkel, geboren rond 1200, en overleden rond 1243.
Johan trouwde Gerarda-Maria Van Nemenburgm(geb ±1200), dochter van Otto IV Van
Nemenburg-Bentheim and Alveradis Van Arnsberg. Johan was heer van Asperen en
Heukelum en heeft de eerste fundamenten van Gorichem laten leggen en het dorp
Schelluinen kocht.
Otto van Heukelom
Otto van Heukelom, geboren rond 1237, overleden rond 1283. Hij was Heer
van Asperen(1269-1272) en werd als Heer van Heukelom vermeld van 1254-1283
Otto I van Heukelom en Asperen
Otto I van Heukelom en Asperen geboren rond 1280 als zoon van
Herbaren van der Lede, heer van Asperen en (sinds 22-8-1335) heer van Hagestein.
Otto wordt op diverse plaatsen aangeduid als "stamvader der heren van Heukelom en
van Asperen."
Otto II van Asperen en Hagestijn
Otto II van Asperen, heer van Asperen en Hagesteijn en ridder,
gesneuveld te Stavoren op 26 september 1345.
Vermeld als ridder op 20 september 1329, volgde kort na 22 april 1344
zijn vader op als heer van Asperen en Hagesteijn.
Otto is getrouwd voor 29 november 1316 voor de kerk met
Aleid van Avesnes, overleden na maart 1347.
Aleid was een bastaarddochter van Gwijde van Avesnes. Op 2 september
1346 belooft ze zich te onderwerpen aan de scheidsrechtelijke uitspraak
aangaande de voogdij over haar kinderen.
Dirk van Polanen
Dirk van Polanen, heer van Asperen (door huwelijk) en drost van Heusden,
geboren rond 1322, overleden in het jaar 1412 (na 30 augustus), ongeveer
90 jaar oud.
Dirk wordt vermeld met zijn broeders op 25 mei 1344 en 3 juli 1350 in het
testament van zijn oom Snickerieme. Op 5 september 1350 zwoer hij met
andere Hoeken trouw aan keizerin Margaretha en werd vijf jaar later op 22
september 1355 weer door graaf Willem V in genade aangenomen.
Verovert in 1358, na een beleg van elf maanden het slot Heemskerk waar de
Kabeljauwen (die getracht hadden Reinoud van Brederode, schout van
Kennemerland te vermoorden) zich hadden verschanst.
Hij neemt in 1359 Heusden in en wordt daar drost en moet in die functie
op 8 april 1379 uitspraak doen in een geschil tussen de zonen van zijn
overleden oudste broeder, over de verdeling van de erfenis.
Dirk is raad van hertog Albrecht in 1384 en 1385. Op 1 december 1386 trad
hij op als arbiter, samen met Willem van Oosterhout, namens Jan III van
Polanen, Heer van de Leck en Breda, die een geschil hadden met Hugheman
van Strijen, Heer van Zevenbergen.
Met zijn drie zonen werd hij op 12 november 1383, in verband met de moord
op Aleida van Poelgeest, door Albrecht van Beieren (wiens raadsman hij
meermalen geweest was) uit Holland verbannen. Op 4 juli 1399 is hem
tenslotte door Albrecht vergiffenis geschonken.
Dirk is getrouwd voor 1377 voor de kerk, op hoogstens 55-jarige leeftijd
met Elburg van Arkel van Asperen, vrouwe van Asperen, overleden voor maart
1415.
Elburg was nog minderjarig bij de dood van haar vader. Zij volgt haar
zuster op (die kinderloos overlijd) als vrouwe van Asperen. Zij wordt op
9 mei 1366 door de ruwaard hertog Albrecht te Geertruidenberg beleend met
de stad en heerlijkheid Asperen de huizen Wadenburg en Lingenstein. Zij
gaf die goederen in lijftocht aan haar echtgenoot Dirk van Polanen.
"Ende dit voirscreven goed heeft zi Heren Dirc van Polanen, hoiren man,
ghemaect te lijftochte"
Draagt ook de (tot dusver allodiale burchten) voorburchten van deze
kastelen bij Asperen in leen op aan de hertog met lijftocht voor haar man
te Dordrecht op 15 februari 1377.
Elburg wordt voorts vermeld in 1401, legt dan de eerste steen voor de
kerktoren van Asperen.
Otto van Polanen
Otto van Polanen, heer van Voorst en Keppel en 3e heer van Asperen,
overleden na augustus 1426 (maar voor 1429).
Otto was huwelijksgetuige in 1383, ridder en raadsheer in 1391 van
Albrecht van Beieren, met zijn vader en broers verbannen op 28 mei 1393
maar op 1 mei 1397 weer begenadigt.
Wordt als Heer van Voorst en Keppel op 2 januari 1402 door Albrecht van
Beieren beleend met alle goederen welke zijn schoonvader in leen had
gehad. Wordt op 31 maart 1402 en op 30 januari 1404 vermeld als heer van
Voorst. Geeft samen met zijn echtgenote op 17 september 1404 Keppel
stadsrechten. Graaf Willem VI beleend hem op 11 januari 1407 opnieuw met
al zijn goederen. Door het overlijden van zijn vader in 1412/13 wordt hij
ook heer van Asperen, draagt in 1416 samen met zijn echtgenote Voorst en
Keppel op aan hun zoon Johan (onder beding de beide heerlijkheden te
allen tijden ongesplitst te laten)
Otto was een der edelen die op 15 augustus 1416 de toekomstige gravin
Jacoba van Beieren hun steun toezegden. Op 29 september 1419 is hij mede
ondertekenaar van de Gelderse landvrede, draagt op 9 juni 1425 samen met
andere het land van Dalem over aan hertog Arnold van Gelre.
Otto is getrouwd voor 1402 voor de kerk met Johanna van Voorst,
vrouwe van Voorst en Keppel, overleden na 1416.
Frederik van Heeckeren
Frederik van Heeckeren ook genaamd Rechteren, heer van Heeckeren,
Rechteren, Rhaan en Bredenhorst en drossaard van Coevorden en Drenthe,
overleden op 1 februari 1462, begraven te Dalfsen.
Frederik is meerderjarig in 1411, wordt door bisschop Frederik van
Blankenheim op 26 juni 1420 benoemd tot drost en ambtman van Coevorden en
Drenthe, die hij regelmatig grote sommen geld voorschiet. Is partijganger
van Rudolf van Diepholt bij de strijd om de opvolging in het Sticht en
verklaart te diens behoeve de oorlog aan de hertog van Gelre op 26 maart
1427, verbindt zich in 1433 met zijn neef Willem van Egmond teneinde de
stad en het slot Asperen te bemachtigen.
Frederik treedt toe tot het verbond van de Gelderse ridderschap en steden
op 6 mei 1434 en bezegelt het op 31 mei 1441 als gedeputeerde der
Zutphense ridderschap opnieuw wanneer ook de hertog van Gelre toetreedt.
Frederik is getrouwd rond 1432 voor de kerk met
Kunegonda van Polanen, vrouwe van Asperen, Voorst en Keppel, overleden na
12 oktober 1436 (maar voor 19 december 1437).
Kunegonda samen met haar man genoemd als heer en vrouw van Asperen op 21
januari 1433, werd op 1 juni 1346 beleend met de goederen (Tull en 't
Waal) van haar overleden broeder. Later ook met Voorst en Keppel.
Rutger van den Boetzelear
Rutger IV van den Boetzelaer, heer van Boetzelaer en ridder, geboren rond
1405, vermoord te Kasteel Wadenburg in het jaar 1460, begraven te
Asperen, ongeveer 55 jaar oud.
Rutger vermeld vanaf 18 september 1433, erft na de dood van zijn vader de
burcht Boetzelaer als open huis bij magescheid op 14 februari 1439 en
wordt op basis daarvan op 30 april 1439 met de Kleefse lenen beleend. Hij
wordt vermeld als erfschenker van het hertogdom Kleef wanneer hij door de
hertog van Kleef voor diens gerecht gedaagd wordt op 7 mei 1443, waarna
op 9 juli van dat jaar wegens zijn niet verschijnen al zijn goederen in
het land van Kleef in beslag genomen worden.
Rutger krijgt na de dood van zijn moeder de hof "to Borgel" in eigendom
bij magescheid op 9 mei 1452. Hij neemt deel aan de strijd van Philips
van Bourgondië tegen de burgers van Gent, leidende tot een gevecht bij
Elversele op 26 juni 1452 waarna hij tot ridder geslagen wordt.
Hij is vermoord in 1460 op kasteel Wadenburg.
Rutger is getrouwd voor 18 september 1433 voor de kerk, op hoogstens
28-jarige leeftijd met
Elburg van Langerak (hoogstens 21 jaar oud), vrouwe half van Asperen en
half Nieuwpoort en vrouwe van Langerak, geboren rond 1412, overleden voor
1488 (kort ervoor), begraven te Benedictinesseklooster Hagenbusch bij
Xanten, hoogstens 76 jaar oud.
Elburg is in 1433 samen met haar man in het feitelijke bezit van Asperen
(met kasteel Wadenburg aan de Heukelomse poort aldaar) en wordt samen met
hem daarmede beleend op 6 april 1439. Hoewel door scheidsrechtelijke
uitspraak dit (blijkbaar voor de duur van haar leven) toekomt aan haar
tante Kunegonde (die daarmede ook beleend wordt op 4 juni 1436).
Elburg wordt door hertog Philips van Bourgondië op 6 april 1439 tevens
beleend met Langenstein en half Nieuwpoort, wordt na Kunigondes
overlijden nogmaals op 22 februari 1441 beleend, waarna de geschillen met
Gelre over Asperen nog jaren lang voortduren en eerst beslecht worden op
2 september 1450. Zij treft als weduwe regelingen voor de verdeling der
goederen over haar jonge kinderen op 7 juli 1479, testeert op 15 mei 1483
waarbij ze aangeeft dat zij begraven wil worden in het
Benedictinessenklooster Hagenbusch.
Dirk Willemz
Als Dirk Willemsz, een “vroom getrouw broeder”, in 1569 in Asperen
wordt gearresteerd, is hij nog maar één der velen. Arrestaties en geloofsvervolging
zijn dan aan de orde van de dag. Evenals vele anderen blijft hij in de gevangenis
getrouw aan zijn Heer, Jezus Christus, en weigert hij de roomse leer van de
kinderdoop te aanvaarden. Daar is hij voor gearresteerd, en hij heeft zonder
marteling bekend dat hij als 15- of 18-jarige zich heeft laten herdoopen, “verboden
leeringen” heeft verspreid over eed en kinderdoop, en geheime samenkomsten in zijn
huis heeft gehouden. Op 16 mei 1569 wordt Dirk ter dood veroordeeld en al zijn
bezittingen worden geconfisqueerd. De “Sententie” of acte van veroordeling is
ondertekend door de “regenten der Duysterheyd” Jan Jansz, Cornelis Govertsz, Adriaen
Gerritsz en nog anderen. Zijn verhaal wordt pas tot iets bijzonders, als hij weet te
ontvluchten. Daarmee wordt de geschiedenis van Dirk Willemsz een kernverhaal van onze
doperse traditie.
Dirk is ontsnapt. Het heeft licht gevroren en Dirk weet over het ijs naar
de andere oever te ontkomen, op de hielen gezeten door één van de gevangenisbewakers.
Die heeft minder geluk en zakt door het ijs, enkele meters achter Dirk Willemsz.
Wanneer Dirk dat merkt komt hij snel weer terug, trekt de man uit het ijzige water en
redt zo het leven van zijn achtervolger. De gevangenisbewaarder is Dirk voor zijn
redding zo dankbaar, dat hij hem wil laten ontsnappen, maar intussen is de
burgemeester aan de andere oever gearriveerd. Die schreeuwt hem toe dat hij onder ede
staat om Dirk te grijpen en terug te brengen. Op zijn aandrang en zonder verzet van
Dirk doet hij dat ook. De Martelarenspiegel vermeldt (fol. 387b) dat Dirk na “sware
gevangenis en groote beproeving … met een langdurigen brand gedood geworde.”
geb ±1200), dochter van Otto IV Van
Nemenburg-Bentheim and Alveradis Van Arnsberg. Johan was heer van Asperen en
Heukelum en heeft de eerste fundamenten van Gorichem laten leggen en het dorp
Schelluinen kocht.
Otto van Heukelom
Otto van Heukelom, geboren rond 1237, overleden rond 1283. Hij was Heer
van Asperen(1269-1272) en werd als Heer van Heukelom vermeld van 1254-1283
Otto I van Heukelom en Asperen
Otto I van Heukelom en Asperen geboren rond 1280 als zoon van
Herbaren van der Lede, heer van Asperen en (sinds 22-8-1335) heer van Hagestein.
Otto wordt op diverse plaatsen aangeduid als "stamvader der heren van Heukelom en
van Asperen."
Otto II van Asperen en Hagestijn
Otto II van Asperen, heer van Asperen en Hagesteijn en ridder,
gesneuveld te Stavoren op 26 september 1345.
Vermeld als ridder op 20 september 1329, volgde kort na 22 april 1344
zijn vader op als heer van Asperen en Hagesteijn.
Otto is getrouwd voor 29 november 1316 voor de kerk met
Aleid van Avesnes, overleden na maart 1347.
Aleid was een bastaarddochter van Gwijde van Avesnes. Op 2 september
1346 belooft ze zich te onderwerpen aan de scheidsrechtelijke uitspraak
aangaande de voogdij over haar kinderen.
Dirk van Polanen
Dirk van Polanen, heer van Asperen (door huwelijk) en drost van Heusden,
geboren rond 1322, overleden in het jaar 1412 (na 30 augustus), ongeveer
90 jaar oud.
Dirk wordt vermeld met zijn broeders op 25 mei 1344 en 3 juli 1350 in het
testament van zijn oom Snickerieme. Op 5 september 1350 zwoer hij met
andere Hoeken trouw aan keizerin Margaretha en werd vijf jaar later op 22
september 1355 weer door graaf Willem V in genade aangenomen.
Verovert in 1358, na een beleg van elf maanden het slot Heemskerk waar de
Kabeljauwen (die getracht hadden Reinoud van Brederode, schout van
Kennemerland te vermoorden) zich hadden verschanst.
Hij neemt in 1359 Heusden in en wordt daar drost en moet in die functie
op 8 april 1379 uitspraak doen in een geschil tussen de zonen van zijn
overleden oudste broeder, over de verdeling van de erfenis.
Dirk is raad van hertog Albrecht in 1384 en 1385. Op 1 december 1386 trad
hij op als arbiter, samen met Willem van Oosterhout, namens Jan III van
Polanen, Heer van de Leck en Breda, die een geschil hadden met Hugheman
van Strijen, Heer van Zevenbergen.
Met zijn drie zonen werd hij op 12 november 1383, in verband met de moord
op Aleida van Poelgeest, door Albrecht van Beieren (wiens raadsman hij
meermalen geweest was) uit Holland verbannen. Op 4 juli 1399 is hem
tenslotte door Albrecht vergiffenis geschonken.
Dirk is getrouwd voor 1377 voor de kerk, op hoogstens 55-jarige leeftijd
met Elburg van Arkel van Asperen, vrouwe van Asperen, overleden voor maart
1415.
Elburg was nog minderjarig bij de dood van haar vader. Zij volgt haar
zuster op (die kinderloos overlijd) als vrouwe van Asperen. Zij wordt op
9 mei 1366 door de ruwaard hertog Albrecht te Geertruidenberg beleend met
de stad en heerlijkheid Asperen de huizen Wadenburg en Lingenstein. Zij
gaf die goederen in lijftocht aan haar echtgenoot Dirk van Polanen.
"Ende dit voirscreven goed heeft zi Heren Dirc van Polanen, hoiren man,
ghemaect te lijftochte"
Draagt ook de (tot dusver allodiale burchten) voorburchten van deze
kastelen bij Asperen in leen op aan de hertog met lijftocht voor haar man
te Dordrecht op 15 februari 1377.
Elburg wordt voorts vermeld in 1401, legt dan de eerste steen voor de
kerktoren van Asperen.
Otto van Polanen
Otto van Polanen, heer van Voorst en Keppel en 3e heer van Asperen,
overleden na augustus 1426 (maar voor 1429).
Otto was huwelijksgetuige in 1383, ridder en raadsheer in 1391 van
Albrecht van Beieren, met zijn vader en broers verbannen op 28 mei 1393
maar op 1 mei 1397 weer begenadigt.
Wordt als Heer van Voorst en Keppel op 2 januari 1402 door Albrecht van
Beieren beleend met alle goederen welke zijn schoonvader in leen had
gehad. Wordt op 31 maart 1402 en op 30 januari 1404 vermeld als heer van
Voorst. Geeft samen met zijn echtgenote op 17 september 1404 Keppel
stadsrechten. Graaf Willem VI beleend hem op 11 januari 1407 opnieuw met
al zijn goederen. Door het overlijden van zijn vader in 1412/13 wordt hij
ook heer van Asperen, draagt in 1416 samen met zijn echtgenote Voorst en
Keppel op aan hun zoon Johan (onder beding de beide heerlijkheden te
allen tijden ongesplitst te laten)
Otto was een der edelen die op 15 augustus 1416 de toekomstige gravin
Jacoba van Beieren hun steun toezegden. Op 29 september 1419 is hij mede
ondertekenaar van de Gelderse landvrede, draagt op 9 juni 1425 samen met
andere het land van Dalem over aan hertog Arnold van Gelre.
Otto is getrouwd voor 1402 voor de kerk met Johanna van Voorst,
vrouwe van Voorst en Keppel, overleden na 1416.
Frederik van Heeckeren
Frederik van Heeckeren ook genaamd Rechteren, heer van Heeckeren,
Rechteren, Rhaan en Bredenhorst en drossaard van Coevorden en Drenthe,
overleden op 1 februari 1462, begraven te Dalfsen.
Frederik is meerderjarig in 1411, wordt door bisschop Frederik van
Blankenheim op 26 juni 1420 benoemd tot drost en ambtman van Coevorden en
Drenthe, die hij regelmatig grote sommen geld voorschiet. Is partijganger
van Rudolf van Diepholt bij de strijd om de opvolging in het Sticht en
verklaart te diens behoeve de oorlog aan de hertog van Gelre op 26 maart
1427, verbindt zich in 1433 met zijn neef Willem van Egmond teneinde de
stad en het slot Asperen te bemachtigen.
Frederik treedt toe tot het verbond van de Gelderse ridderschap en steden
op 6 mei 1434 en bezegelt het op 31 mei 1441 als gedeputeerde der
Zutphense ridderschap opnieuw wanneer ook de hertog van Gelre toetreedt.
Frederik is getrouwd rond 1432 voor de kerk met
Kunegonda van Polanen, vrouwe van Asperen, Voorst en Keppel, overleden na
12 oktober 1436 (maar voor 19 december 1437).
Kunegonda samen met haar man genoemd als heer en vrouw van Asperen op 21
januari 1433, werd op 1 juni 1346 beleend met de goederen (Tull en 't
Waal) van haar overleden broeder. Later ook met Voorst en Keppel.
Rutger van den Boetzelear
Rutger IV van den Boetzelaer, heer van Boetzelaer en ridder, geboren rond
1405, vermoord te Kasteel Wadenburg in het jaar 1460, begraven te
Asperen, ongeveer 55 jaar oud.
Rutger vermeld vanaf 18 september 1433, erft na de dood van zijn vader de
burcht Boetzelaer als open huis bij magescheid op 14 februari 1439 en
wordt op basis daarvan op 30 april 1439 met de Kleefse lenen beleend. Hij
wordt vermeld als erfschenker van het hertogdom Kleef wanneer hij door de
hertog van Kleef voor diens gerecht gedaagd wordt op 7 mei 1443, waarna
op 9 juli van dat jaar wegens zijn niet verschijnen al zijn goederen in
het land van Kleef in beslag genomen worden.
Rutger krijgt na de dood van zijn moeder de hof "to Borgel" in eigendom
bij magescheid op 9 mei 1452. Hij neemt deel aan de strijd van Philips
van Bourgondië tegen de burgers van Gent, leidende tot een gevecht bij
Elversele op 26 juni 1452 waarna hij tot ridder geslagen wordt.
Hij is vermoord in 1460 op kasteel Wadenburg.
Rutger is getrouwd voor 18 september 1433 voor de kerk, op hoogstens
28-jarige leeftijd met
Elburg van Langerak (hoogstens 21 jaar oud), vrouwe half van Asperen en
half Nieuwpoort en vrouwe van Langerak, geboren rond 1412, overleden voor
1488 (kort ervoor), begraven te Benedictinesseklooster Hagenbusch bij
Xanten, hoogstens 76 jaar oud.
Elburg is in 1433 samen met haar man in het feitelijke bezit van Asperen
(met kasteel Wadenburg aan de Heukelomse poort aldaar) en wordt samen met
hem daarmede beleend op 6 april 1439. Hoewel door scheidsrechtelijke
uitspraak dit (blijkbaar voor de duur van haar leven) toekomt aan haar
tante Kunegonde (die daarmede ook beleend wordt op 4 juni 1436).
Elburg wordt door hertog Philips van Bourgondië op 6 april 1439 tevens
beleend met Langenstein en half Nieuwpoort, wordt na Kunigondes
overlijden nogmaals op 22 februari 1441 beleend, waarna de geschillen met
Gelre over Asperen nog jaren lang voortduren en eerst beslecht worden op
2 september 1450. Zij treft als weduwe regelingen voor de verdeling der
goederen over haar jonge kinderen op 7 juli 1479, testeert op 15 mei 1483
waarbij ze aangeeft dat zij begraven wil worden in het
Benedictinessenklooster Hagenbusch.
Dirk Willemz
Als Dirk Willemsz, een “vroom getrouw broeder”, in 1569 in Asperen
wordt gearresteerd, is hij nog maar één der velen. Arrestaties en geloofsvervolging
zijn dan aan de orde van de dag. Evenals vele anderen blijft hij in de gevangenis
getrouw aan zijn Heer, Jezus Christus, en weigert hij de roomse leer van de
kinderdoop te aanvaarden. Daar is hij voor gearresteerd, en hij heeft zonder
marteling bekend dat hij als 15- of 18-jarige zich heeft laten herdoopen, “verboden
leeringen” heeft verspreid over eed en kinderdoop, en geheime samenkomsten in zijn
huis heeft gehouden. Op 16 mei 1569 wordt Dirk ter dood veroordeeld en al zijn
bezittingen worden geconfisqueerd. De “Sententie” of acte van veroordeling is
ondertekend door de “regenten der Duysterheyd” Jan Jansz, Cornelis Govertsz, Adriaen
Gerritsz en nog anderen. Zijn verhaal wordt pas tot iets bijzonders, als hij weet te
ontvluchten. Daarmee wordt de geschiedenis van Dirk Willemsz een kernverhaal van onze
doperse traditie.
Dirk is ontsnapt. Het heeft licht gevroren en Dirk weet over het ijs naar
de andere oever te ontkomen, op de hielen gezeten door één van de gevangenisbewakers.
Die heeft minder geluk en zakt door het ijs, enkele meters achter Dirk Willemsz.
Wanneer Dirk dat merkt komt hij snel weer terug, trekt de man uit het ijzige water en
redt zo het leven van zijn achtervolger. De gevangenisbewaarder is Dirk voor zijn
redding zo dankbaar, dat hij hem wil laten ontsnappen, maar intussen is de
burgemeester aan de andere oever gearriveerd. Die schreeuwt hem toe dat hij onder ede
staat om Dirk te grijpen en terug te brengen. Op zijn aandrang en zonder verzet van
Dirk doet hij dat ook. De Martelarenspiegel vermeldt (fol. 387b) dat Dirk na “sware
gevangenis en groote beproeving … met een langdurigen brand gedood geworde.”
