De vacature van armengeneesheer

Een moeizame vervulling van de vacature van armengeneesheer in 1860

In 1860 vertrok de Asperense geneesheer Winkler naar Strijen. Omdat hij tevens met de armenzorg belast was, moest bij de vacaturevervulling rekening gehouden worden met de gevoelens van de kerkenraad van de N.H. gemeente. De armenzorg was namelijk volgens een overeenkomst tussen de burgerlijke en de N.H. gemeenten een zaak van de kerk geworden, financieel ondersteunt door het gemeentebestuur met de inkomsten uit het Gasthuisfonds. De vacature werd niet direct vervuld. Winkler had per 1 januari van dat jaar ontslag gevraagd, maar vroeg al eind november 1859 te mogen vetrekken. Desgevraagd verklaarde op 12 november de kerkenraad hiertegen geen bezwaar te hebben, mits de geneeskundige verzorging ter plaatse goed was geregeld.

Op 29 december 1859 komt de kwestie weer in de kerkenraadsvergadering aan de orde. Men vroeg zich af wat er nu eigenlijk geregeld was. Winkler was al weg en de door hem met de Leerdamse arts Schomper gemaakte afspraken vervielen per 1 januari 1860. De kerkenraad kon dan ook niet anders doen dat de gemeenteraad voor te stellen de overeenkomst met Schomper tot uiterlijk 1 april te verlengen in de hoop dat de vacature vervuld zou zijn. Het zou echter anders lopen.

Pas op 20 april 1860 komt de kerkenraad op de kwestie terug. Zij is inmiddels in het bezit gekomen van een aantal sollicitatiebrieven met het verzoek om advies. Na lezing worden een aantal brieven terzijde gelegd als komen niet in aanmerking. Er blijft een drietal brieven over, van medisch doctor Lemke uit Joure, Halfmann geneesheer te Sint Maartensdijk en Daams uit Nieuw-Loosdrecht. De algemene voorkeur ging uit naar een medisch doctor. Over Lemke moesten dan ook inlichtingen worden ingewonnen. Blijkbaar was dat ten aanzien van de andere twee kandidaten al gebeurd. Lemke besloot zich echter terug te trekken en aan de gemeenteraad werd geadviseerd Halffman te benoemen.

Op 24 mei nam de gemeenteraad dit advies over en Halffman werd per 1 juli benoemd tegen een jaarwedde van ƒ 250,-, te betalen uit het Gasthuisfonds. Halffman wenste echter te Leerdam gaan wonen, omdat de enige in Asperen beschikbare woning hem ongeschikt voorkwam. Naast een verhoging van de jaarwedde tot ƒ 300,-, moest ook de huishuur vergoed worden. De kerkenraad wees erop dat het gaan wonen in Leerdam in strijd is met de gemaakte afspraken, maar was geen tegenstander van vergoeding van de huishuur of verhoging van de jaarwedde. Dit werd de gemeenteraad dan ook in overweging gegeven. Deze besloot echter op 14 juli anders. Halffmans verzoeken werden niet ingewilligd, maar hij moest wel binnen acht dagen aangeven of hij zijn benoeming aannam. Halffman bedankte uiteindelijk. De bij de vervolgprocedure gekozen Idenburg aanvaardde wel zijn benoeming.

Nu is de gehele briefwisseling met en over Halffman op twee brieven niets meer aanwezig. Een brief van de Asperense kerkenraad die geen andere informatie geeft dat de kerkenraadshandelingen en een brief uit St. Maartensdijk van en heer Was. Deze schreef op 19 mei aan zijn medebroeder geen andere informtie te kunnen verstrekken dan de heer Casembroot had gedaan. Halffman was sinds 4 jaar in St. Maartensdijk werkzaam en stond bekend als een ‘fatsoenlijk en braaf mensch’ met een levenswandel waarvan niets dan wat loffelijks was, was te zeggen. Het was niet de dokter van Sas. Dat kwam simpelweg omdat diens oom, een al op leeftijd zijnde arts die ter plaatse veel vertrouwen genoot, al jarenlang hem en zijn gezin alle hulp bood. Maar, zo schreef hij, hij zou met alle vertrouwen de geneeskundige verpleging aan Halffman toe vertrouwen. Het was Sas in de omgang met Halffman opgevallen dat deze in zijn vak thuis was al bleef het moeilijk als leek te oordelen over de bekwaamheden van en arts. Het was een arts die zeer actief en zorgvuldig was voor zijn patiënten. Dat was wel gebleken in het jaar dat hij de diaconie-armen behandelde. En diaconie-armen had St. Maartensdijk genoeg volgens de predikant “en die zijn velen in eene zoo volkrijke gemeente en van veelsoortigen aard’. Kortom hij hoopte dat Halffman niet wegging, maar kon hem wel van alle harte aanbevelen. Zoals we hebben gezien, kwam Halffman niet naar Asperen toe.

Noot:

Collega-archivaris van de gemeente Tholen, de heer H. Zuurdeeg, was zo vriendelijk de volgende achtergrond-informatie van Halffman op te zoeken:

Adriaan Halffman, geboren te Haamstede op 23 november 1833 was een zoon van Poulus Dobbelaar Halffman, geneesheer en Anna van ’t Hof. Hij huwde te Sint-Maartensdijk 30 april 1857 met Carolina Johanna van der Burcht van Lichtenbergh, geboren te Sint-Maartensdijk, oud 19 jaar, dochter van Willem Frederik en Grietje Goudzwaard. Adriaan vestigde zich, komende van Middelburg 27 juli 1856 in Sint-Maartensdijk waar hij aan de Markt woonde. Hij vertrok 16 juli 1862 naar Heerjansdam. Adriaan werd door de raad van Sint-Maartensdijk in de vergadering van 30 september 1856 benoemd tot tweede genees-, heel- en verloskundige met een traktement om het jaar van 48 gulden uit de kas van de gemeente en 28 gulden uit de kas van het wezen armbestuur met de verplichting om het jaar de armen in de bebouwde kom gratis te verzorgen met uitzondering van medicijnen. De benoeming ging in per 1 jan 1857.

Bronnen:

  • Archief gemeente Asperen 1811-1940 inv.nrs. 4 en 128.
  • Archief N.H. gemeente Asperen, kerkenraadshandelingen 1847-1891.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *